Orgaandonatie

Het Sint-Andriesziekenhuis heeft een lokale donorfunctie, wat wil zeggen dat we als ziekenhuis mee orgaandonoren opsporen. Elke jaar bieden orgaan- en weefseltransplantaties een verhoogde levenskwaliteit bij honderden patiënten in België. Is sommige gevallen gaat het zelf om levensreddende ingrepen.

Één donor kan instaan voor het redden van wel 8 andere patiënten. We zien het dan ook als onze taak om onze rol van lokale donorcoördinator te blijven vervullen.

Transplantaties zelf gebeuren niet in het Sint-Andriesziekenhuis. De wet voorziet dat orgaanimplantaties steeds moeten uitgevoerd worden in erkende, universitaire ziekenhuizen. Het Sint-Andriesziekenhuis werkt samen met het universitair centrum KU Leuven voor de transplantaties. Binnen ons ziekenhuis worden echter wel weefsels geïmplanteerd tijdens orthopedische en oftalmologische ingrepen.

Kan ik me opgeven als orgaandonor?
De wet van 13 juni 1996 betreffende orgaandonatie is gebaseerd op het principe van “stilzwijgende toestemming” dit wil zeggen dat van iedereen (die in het bevolkingsregister of sedert meer dan zes maanden in het vreemdelingenregister is ingeschreven) wordt verondersteld dat hij/zij donor is, behalve wanneer hij/zij specifiek verzet aantekent. U kan uw wil duidelijk maken door even langs te gaan bij de dienst Bevolking van uw gemeente. Daar ontvangt u een formulier van “wilsverklaring” waarop u uw voorkeur kan aangeven. U kan het formulier ook hier downloaden. U geeft het ingevulde formulier af aan een ambtenaar in het gemeentehuis die de gegevens invoert in het Nationaal Register. Dit is gratis. Uw wilsverklaring kan u altijd herzien.

Wat is het praktisch verloop?
Wanneer een overleden patiënt in aanmerking komt als donor, wordt de transplantcoördinator verwittigd. Zij coördineren de hele procedure en gaan na in het rijksregister of er een eventuele actieve registratie als donor is, of men bezwaar heeft aangetekend tegen orgaandonatie. Daarnaast wordt dit besproken met de betrokken familie of nabestaanden. Het (nakend) overlijden van een dierbare is altijd een heel intens gebeuren. Deze gesprekken zijn dan ook een zware belasting tijdens een emotioneel moeilijke periode. Daarom is het belangrijk dat u uw keuze ook kenbaar maakt aan uw familie, zodat zij uw mening kennen. Familie kan natuurlijk afscheid nemen van de patiënt. Na de donorprocedure kan de familie de patiënt begraven of cremeren. De organen worden weggenomen en naar de schillende transplantcentra vervoerd in binnen- en buitenland en worden onmiddellijk getransplanteerd bij de kandidaat-ontvangen.

Welke organen mogen weggenomen worden?
Alleen “edele” organen komen in aanmerking om weggenomen te worden. Dit zijn levensnoodzakelijke organen zoals: hart of hartkleppen, longen (in één stuk of als twee afzonderlijke donorlongen), de nieren, de lever, de alvleesklier, de ingewanden,…
Alles gebeurt in samenwerking met het transplantatieteam van UZ Leuven die ervoor zorgen dat de juiste organen bij de best mogelijke patiënt terecht komen. In een tweede tijd komt een specifiek weefselteam om weefseldonatie te voltooien, zijnde huid, bot, pezen, hoornvlies, aders en slagaders etc.

Zijn er onkosten verbonden aan orgaandonatie?
Er worden aan donor geen extra kosten aangerekend. Deze zijn ten laste van de patiënten die de organen ontvangen. De kosten van de crematie of begrafenis blijven wel te laste van de donor.

Sta ik er als familie alleen voor?
Het is een intens gebeuren voor wie achter blijft. Daarom staat ons team ook steeds klaar om de naaste betrokkenen zo goed mogelijk te ondersteunen, te begeleiden en op te vangen doorheen het ganse proces. Er is steeds mogelijkheid om de lokale donorcoördinator van ons ziekenhuis te contacteren in een later stadium als daar wens toe is.

Interessante informatie
FOD Volksgezondheid http://beldonor.be/
Levenseinde Informatieforum http://leif.be/
Nabestaanden van donoren http://navado.be/

Praktische informatie
Heeft u vragen, aarzel dan zeker niet contact op te nemen met uw behandelende arts of dr. P. Laporte (lokale donorcoördinator).


Bron: Dr. Patricia Laporte

Publicatiedatum: 12.06.2018